Reistips

Da Nang & Hoi An: ultieme mix van strand, cultuur en remote werken

Da Nang & Hoi An: ultieme mix van strand, cultuur en remote werken

Waarom Da Nang–Hoi An nu ineens overal opduikt

Ik zit in een café in Hoi An. Aan de ene kant een rij laptops, aan de andere kant kokosnoot-koffies met rietjes die net iets te fotogeniek zijn. Buiten gaan de lampionnen langzaam aan, terwijl een groep vermoeide marathonlopers nog steeds in hun startshirt rondloopt en probeert te beslissen of ze eerst een biertje of een massage willen.

Een paar jaar geleden was dit gebied vooral “die fijne stop tussen Hue en Nha Trang”. Nu is de regio Da Nang–Hoi An een volwaardige hotspot. Niet alleen voor toeristen met zonnehoed, maar ook voor mensen met Slack-notificaties en deadlines. De middenkust van Vietnam, ongeveer halverwege tussen Hanoi en Ho Chi Minh City, is hard aan het inlopen: meer internationale vluchten, grotere events, marathons, festivals. De lokale overheid zet er vol op in, en je voelt dat.

Da Nang is de moderne kuststad met lange stranden en torenhotels. Hoi An is de sfeervolle oude stad, met houten koopmanshuizen en lampionnen die elke avond Instagram laten ontploffen. Daartussen en eromheen liggen dingen als de Hai Van Pass, My Son Sanctuary, en een eindeloze stroom cafés met verrassend snelle wifi.

Dit stuk is niet voor de hardcore backpacker die het liefst iedere nacht ergens anders slaapt. Maar ook niet voor de fulltime kantoorziel die drie weken lang alleen op een resortbed wil liggen. Dit is voor iedereen die denkt: ik wil werken én reizen. Dus overdag een paar uur achter de laptop, daarna een scooter pakken naar een bergpas. Of eerst zwemmen, dan mailen.

Ter illustratie: mijn eerste dag in Da Nang besloot ik heel stoer “gewoon even” aan het zwembad te werken. Laptop op de schoot, voeten in het water, tropisch ideaalplaatje. Resultaat: zon op het scherm, zweet in mijn toetsenbord en na twintig minuten een rug die riep om een fatsoenlijke stoel. Sindsdien werk ik binnen en zwem ik buiten. In die volgorde.

In de rest van dit artikel duik ik in wat je hier echt wilt doen, hoe je het werken een beetje slim organiseert en wanneer je beter thuis achter je laptop blijft zitten in plaats van langzaam te smelten in Midden-Vietnam.

Wat je echt niet mag overslaan: Hoi An, strand, Hai Van Pass en My Son

Hoi An Old Town is de plek waar je automatisch eindigt, of je nu wilt of niet. Smalle straatjes met oude koopmanshuizen, gele gevels, houten balkons. Overdag slingeren toeristen, fietsers en vrachtwagens met groenten dwars door elkaar. ’s Avonds drijft de rivier vol bootjes met lampionnen en selfiesticks.

Het is mooi. En soms echt bizar druk en heet. De combinatie van zon, stenen straten en honderden mensen maakt dat ik na een uur al verlangde naar een airco en een ijsblokje op mijn hoofd. Mijn beste routine: heel vroeg uit bed, rond 6.00 of 6.30 de oude stad in. Dan lopen alleen locals, een paar fotografen en een verdwaalde jogger rond. Ik maakte foto’s terwijl de zon net op de gele muren tikte, haalde ergens een koffie to go, en dook rond 9.00 weer achter mijn laptop voordat de hitte en de touringcars kwamen.

Vanuit de stad fiets je in een minuut of tien naar rijstvelden en rustige straatjes. Een fiets huren is belachelijk makkelijk: mijn homestay drukte me er bijna eentje in de handen nog voor ik “goedemorgen” had gezegd. Handig om snel heen en weer te pendelen tussen je verblijf, old town en de cafés waar je werkt.

Dan de stranden. Aan de kant van Da Nang heb je kilometers zand met hotels, beach bars en hier en daar nog een leeg stuk. Bij Hoi An zijn vooral An Bang en Cua Dai populair. Op een goede dag is het de perfecte mix: uurtje werken in een strandcafé, laptop dicht, de zee in, weer opdrogen, nog even twee mails eruit. Op een minder goede dag is er een snoeiharde zon, een bouwproject naast je strandbed en wind die je toetsenbord vol zand blaast.

De hitte is niet alleen “gezellig tropisch”. In juni voelde ik me soms letterlijk aan de stoel vastgeplakt terwijl ik probeerde een tekst af te maken. Klimaat en temperaturen veranderen ook hier zichtbaar snel. Als je wilt snappen waarom een maand als juni elk jaar zwaarder voelt, lees dan zeker even dit stuk over waarom juni in Azië elk jaar heter voelt. Mijn eigen tactiek werd: vroeg op, sightseeing tot een uur of 10, daarna binnen werken met airco tot laat in de middag, en pas weer naar buiten als de zon zachter wordt.

Een fijne break uit dat ritme is de Hai Van Pass, de beroemde bergpas tussen Da Nang en Hue. Je kunt zelf met een scooter gaan (als je daar ervaring mee hebt) of gewoon een tour boeken en achterop/mee rijden. De weg slingert langs de kust, met aan de ene kant blauwe zee en aan de andere kant jungle die tegen de bergen opkruipt. Je laptop blijft een dag in je kamer, jij kijkt uit het raam en herinnert je weer waarom je überhaupt naar Vietnam kwam.

My Son Sanctuary is een andere must als je in Hoi An zit. Een verzameling oude Cham-tempels in de jungle, met bakstenen torens die langzaam worden teruggepakt door mos, planten en tijd. Het is kleiner en minder strak georganiseerd dan Angkor, maar juist dat half-vervallen gevoel maakt het sfeervol. Ik nam een vroege tour, stond om 7.30 al tussen de ruïnes, en zat om 11.30 weer in een café in Hoi An met een ijskoffie en mijn laptop. Precies goed.

Kleine tip: zowel voor My Son als voor Hoi An Old Town geldt echt dat vroeger beter is. Niet omdat je zo’n ochtendmens bent, maar omdat je je hersenen anders ’s middags alleen nog kunt gebruiken om naar ventilatoren te staren.

Zo werk je relaxed remote in Da Nang en Hoi An

Ik begon mijn verblijf met het briljante plan: “ik werk gewoon vanuit mijn hostelbed, dat is vast knus”. Eén dag later had ik rugpijn, een oververhit scherm en de sterke behoefte om thee over mijn eigen naïviteit te gooien. De dag erna zat ik braaf in een café met degelijk meubilair en stopcontacten, en ineens rolden de uren werk wél makkelijk door.

Da Nang is echt de plek voor moderne coworking spaces en hippe koffiebars. Denk: airco die soms iets té enthousiast blaast, lange tafels, barista’s met sloof en mensen die net zo druk tikken als jij. De wifi was bij mij overal stabiel genoeg om te videobellen. In Hoi An is het net iets rommeliger, maar ook gezelliger: veel charmante cafés, binnenpleinen en homestays waar je in de tuin kunt werken. Wifi is daar soms top, soms “laten we deze sheet maar offline doen”.

Mijn favoriete schema werd: ochtenden in een coworking of vaste koffiebar, met noise cancelling op en serieuze productiviteit. Lunchen, dan een paar uur strand, scooter of slenteren door de oude stad. En als het nodig was nog een kort werksblokje in de avond, als de temperatuur en de straatgeluiden weer wat zakten.

Praktische dingen regelen is simpel. Op het vliegveld of in de stad een lokale simkaart kopen met een goede datapack, 4G-hotspot aan als de wifi in je café ineens besluit vakantie te nemen. Ik had standaard oordopjes in mijn tas, want de kans dat iemand in je favoriete koffietent spontaan karaoke aanzet is… niet nul. Ook handig: een lichte laptopstandaard en een losse muis; je nek gaat je dankbaar zijn na drie weken.

Omdat werk en reizen hier zo in elkaar over lopen, vond ik het fijn om dagen een beetje vooruit te plannen. Ik zette per dag neer: waar werk ik, wat wil ik zien, hoeveel geld mag er ongeveer doorheen. De Trip Planner van HikersBay is daar eigenlijk heel geschikt voor; je kunt er je Da Nang–Hoi An-trip per dag uittekenen, met activiteiten, notities en een simpel budgetoverzicht. Geen gedoe met vijf verschillende spreadsheets, gewoon één plek waar je ziet: vandaag ochtend werken, middag Hai Van Pass, avond lampionnen.

Belangrijk blijft die balans. Drie dagen achter elkaar van 9 tot 18 uur in een coworking en je kunt net zo goed thuisblijven. Maar als je elke dag drie uitstapjes plant, gaat er ergens een deadline sterven. Ik probeerde per week één echt “werkdag-kantoordag” te plannen, twee half-om-half dagen, en de rest meer reisgericht.

En als je na Vietnam merkt dat actief reizen en een beetje afzien je eigenlijk wel bevalt, kun je die lijn makkelijk doortrekken. Misschien heb je na de tropen zin in iets koeler en dichter bij huis. Dan is zo’n stuk als E1, E2 en co: zo begin je zelf aan een Europese langeafstandswandeling weer interessant. Ander ritme, zelfde idee: overdag bewegen, tussendoor gewoon je leven op orde houden.

Beste reistijd voor Da Nang–Hoi An (en wanneer je beter thuis achter je laptop blijft)

Wat wil je hier eigenlijk? Vooral strand en zon? Of zoek je een plek waar je flink kunt doorwerken zonder dat je zweet in je toetsenbord drupt?

Aan de Midden-Vietnamese kust heb je grofweg een droger seizoen van ongeveer februari tot en met augustus. Veel zon, vaak helder weer. Daarna, in de late herfst, worden de maanden natter en neemt het risico op stevige regen en tyfoons toe. Dat klinkt dramatisch, maar in de praktijk betekent het vaak: een paar dagen grijs en nat, en dan weer prima. Toch niet heel handig als jij net die ene week had uitgekozen om op je enige vrije ochtend de Hai Van Pass te doen.

De hitte en luchtvochtigheid zijn serieus. In juni zat ik een keer in Hoi An in een café zonder airco, met alleen een ventilator uit 1994. Na drie uur typen had ik het gevoel dat ik een halve sauna-sessie achter de rug had. Mijn dag bestond toen uit microblokken: 20 minuten buiten iets doen, 40 minuten binnen met airco. Dat werkt, maar het wordt ook een soort logistieke puzzel. Juist daarom is dat eerder gelinkte artikel over juni en de hitte in Azië geen overbodige luxe als je remote wilt werken in deze regio.

Voor een mix van vakantie en werken vond ik zelf maart tot en met mei heel prettig: warm, vaak zonnig, maar net iets minder extreem dan de piek van de zomer. Ook september en de eerste helft van november kunnen fijn zijn, al kunnen er dan stevige buien tussendoor vallen. Dat is niet het einde van de werled; regen betekent soms gewoon een extra werkblok en later op de dag een droge wandeling.

Da Nang en Hoi An hebben ondertussen ook een drukke kalender met marathons, culturele festivals en internationale events. Superleuk als je van sfeer houdt, minder leuk als je drie keer de prijs betaalt voor je hotel of als de straat voor je favoriete café ineens is afgezet. Ik checkte daarom van tevoren even welke data er grote dingen speelden en zette die samen met mijn eigen planning in een simpele tool zoals Trip Planner of, als je old school bent, een notitieboek.

Dat nadenken over seizoenen en timing is trouwens niet alleen iets voor tropische steden. Als je ooit een trekking wilt doen, is het niet anders. In het artikel Himalaya-trekking plannen? Zo kies je het beste seizoen (en de juiste gear) zie je hoe groot het verschil kan zijn tussen “perfecte omstandigheden” en “waarom doe ik mezelf dit aan”. Aan zee, in de jungle of hoog in de bergen: je timing maakt het óf geweldig, óf vooral erg zweterig.

Da Nang–Hoi An is fantastisch. Je kunt er werken, zwemmen, scooters paken, tempels kijken en ’s avonds onder lampionnen je laatste mails wegwerken. Maar het werkt alleen echt goed als je bereid bent je schema te buigen: naar het weer, naar het ritme van de stad, en soms ook naar de verrassend harde airco in dat ene café waar je tóch elke dag weer belandt.

Over de auteur

Sebastian Boguszewicz

Reiziger en reisfotograaf. Software-architect, maker van wereld-prijzen.nl en het reisplatform hikersbay.com.