Waarom Cuba’s stranden minder duur hoeven te zijn dan je denkt
Stel je dit even voor: jij op een spierwit strand in Varadero, plastic beker rum-cola in je hand, voeten in poederzacht zand. En ondertussen tikt in Nederland de regen weer gezellig tegen het raam. Kilnkt onbetaalbaar? Dat dachten veel vrienden van mij ook, tot ik mijn eigen Excelletje liet zien.
Cuba heeft het imago van dure droomreis, vooral door de plaatjes van eindeloze all-inclusive resorts. Maar als je voorbij die eerste glimmende brochures kijkt, blijkt het een stuk genuanceerder. De klap zit vooral in de vliegtickets. Eenmaal ter plekke kan het verrassend betaalbaar zijn, zeker als je buiten de grote resorts om reist.
In Nederlandse reisblogs zie ik voor rondreizen door Cuba vaak bedragen voorbij komen van ongeveer 50 tot 70 euro per persoon per dag, als je in casas particulares slaapt en gewoon lokaal eet. Dat zijn die particuliere kamers bij Cubanen thuis, half pension-achtig maar dan met meer plastic bloemen in de woonkamer. Ik merkte dat die dagbudgetten prima aansluiten op echte strandplekken: Varadero, Cayo Largo del Sur en rustige stukken van de noordkust.
In dit stuk prik ik de belangrijkste kosten even snel door: tickets, transfers naar de cayos, slapen aan zee, en de keuze tussen all-inclusive of casa particular + stranddag. Geen poëzie, wel concrete bedragen. Onder meer gebaseerd op HavanaTours.nl, Nederlandse touroperators, Cubaanse toerismewebsites en wat eigen gesputter met bankafschriften achteraf.
Het plannen lijkt trouwens erg op hoe ik ooit mijn eerste trekking voorbereidde. In dat andere artikel, “Van Nederland naar je eerste bergtrekking: zo plan je slim (zonder stress over kilo’s en kosten)”, gaat het vooral over bergen en blaren, maar de budgetlogica is hetzelfde. Alleen richten we ons hier op zand en zout.
Vliegtickets en transfers naar de cayos: waar gaat je geld naartoe?
De grootste hap? Het vliegticket Nederland–Cuba. Ik heb de afgelopen tijd flink zitten vergelijken en gepuzzeld met data. In rustigere maanden zag ik retourtjes voor ongeveer 650 tot 800 euro. Zodra er ergens een schoolvakantie in de buurt kwam, schoot het meer richting 900 tot 1.100 euro. Auw.
Bij pakketreizen naar Varadero kom je soms net wat goedkoper uit omdat touroperators met charters werken. Het nadeel: je zit vast aan hun vaste vertrekdagen en meestal aan één strandplek. Ik heb eens een paar tientjes bespaard door precies
Dan de keuze: direct op Varadero vliegen of eerst naar Havana en dan verder. Naar Varadero betekent: je stapt uit en je resort ligt praktisch om de hoek. Havana is flexibeler als je ook andere plekken wilt zien, maar elk paradijselijk eilandje dat je daarna toevoegt, tikt aan.
Even simpel: een cayo is zo’n klein eiland voor de kust, vaak vol met resorts en fotogenieke stranden. Cayo Largo del Sur is er zo een. Prachtig, maar je komt er niet met een OV-chipkaart. Voor een retour binnenlandse vlucht Havana–Cayo Largo heb ik bedragen gezien tussen grofweg 120 en 180 euro per persoon. Indicatie, geen heilige graal, maar genoeg om even te slikken als je met z’n tweeën bent.
Ga je vanuit Havana naar Varadero, dan is een gedeelde taxi (collectivo) meestal rond de 25 tot 35 euro per persoon. De Viazul-bus is goedkoper, maar als je met twee grote koffers staat te hannesen in de hitte, voelt die paar euro verschil opeens minder belangrijk.
Reken het heel kort door. Stel: een stel dat twee weken Cuba wil. Vliegtickets 800 euro per persoon. Dan een binnenlandse vlucht naar Cayo Largo, transfers heen en weer naar de luchthaven, misschien later nog naar een ander strand aan de noordkust… Je bent dan vrij snel 300 tot 400 euro extra kwijt aan vervoer alleen, bovenop dat internationale ticket.
Ik heb zelf vooraf even de hotelprijzen en gemiddelde kosten zitten scannen, onder andere via HikersBay, om te checken of een cayo niet totaal uit de pas liep met mijn budget. Dan zie je snel: keuze van luchthaven en cayo is het verschil tussen “spannend maar haalbaar” en “oké, dit wordt dus een extreem dure vakantie”.
Varadero, Cayo Largo of noordkust: wat kost slapen aan zee echt?
Ik geef het maar toe: ik heb ook uren doelloos naar foto’s van turquoise water zitten staren en pas daarna op de prijs geklikt. Niet gezond voor je bloeddruk.
De drie opties die ik het meest tegenkom bij Nederlandse reizigers: Varadero, Cayo Largo del Sur en de rustigere noordkust (rond plekken als Remedios of Cayo Santa Maria, plus kleinere dorpjes in de buurt).
Varadero is de klassieker. Lange strook zand, rijen all-inclusive resorts. In het laagseizoen zie ik vaak startprijzen rond de 80 tot 130 euro per nacht per kamer voor een simpel resort, twee personen, soms net iets lager als je heel vroeg boekt. Rond kerst en bouwvak gaat die prijs vrolijk omhoog.
Cayo Largo voelt intiemer en afgelegener, maar je betaalt er doorgaans wat meer per nacht voor een vergelijkbaar niveau – en dan komt die binnenlandse vlucht er nog bij. Het is echt zo’n plek waar je denkt: “wauw”, en daarna je bankrekening even checkt.
De noordkust buiten de grote cayo-clusters vond ik zelf relaxter. Minder strakgetrokken, meer lokale bars, soms een beetje shabby vibe, maar wel goedkoper. Zeker als je in een casa particular in een dorp slaapt en alleen een dagtrip naar het strand regelt.
Voor casas particulares betaalde ik meestal ergens tussen de 25 en 40 euro per nacht voor een nette kamer met ontbijt. Soms wat meer, soms wat minder, maar in die range. Dat scheelt enorm in je dagbudget. Ineens kun je het je veroorloven om voor dat extra ijsje op de boulevard
Een mooi voorbeeld dat ik in een blog tegenkwam: een stel rekende uit dat twee weken all-inclusive in Varadero ongeveer 2.500 euro kostte voor twee personen (exclusief vlucht). Toen deden ze hetzelfde sommetje voor twee weken rondreizen met casas, plus een paar stranddagen in Varadero en aan de noordkust. Ze kwamen ergens rond de 1.600 tot 1.800 euro uit. Zelfde land, zelfde zon, totaal andere factuur.
Die manier van rekenen lijkt heel erg op hoe ik mijn Patagonië-trip heb aangepakt. In “Kosten Patagonië 2026: zo stel je een realistisch dagbudget samen (zonder huilen bij de pinautomaat)” leg ik uit hoe ik met vaste dagbudgetten werk. Datzelfde trucje is ideaal om te kiezen tussen resort of casas in Cuba: je zet je dagelijks maximum neer en kijkt simpelweg hoelang je het op elke plek volhoudt zonder huilen bij de pinautomaat.
Ook hier heb ik vooraf even op HikersBay gekeken naar hotelprijzen en seizoensschommelingen in Varadero en op de cayos. Niet om de perfecte deal te vinden, maar wel om aan te voelen of ik richting “leuk strand met mojito” ging of “financiële schade met uitzicht”.
All‑inclusive of casa particular + strandtrip: zo bespaar je echt
Mijn favoriete Cuba-ochtend: wakker worden in een casa particular in een woonwijk van Havana. Ventilator zoemt, douche lauw, eigenaar schuift een veel te sterke koffie naar me toe en vraagt: “Hoy otra vez al agua azul?” Vandaag weer naar dat blauwe water ja, maar dan wel budgetvriendelijk.
Dat is meteen de kern van de keuze. All-inclusive is extreem comfortabel. Eén prijs, alles bij elkaar geveegd: eten, drankjes, entertainment dat nét te luid is. Maar je zit vast op één plek en je blaast in één klap een groot deel van je budget weg.
De mix van casas + losse stranddagen vraagt wat meer organisatie, maar mijn uitgaven zakten meteen naar ongeveer de helft. Vanuit Havana of Trinidad kun je met een collectivo of gedeelde taxi naar een strand aan de noordkust of naar Varadero. Voor een dagtrip betaalde ik meestal ergens tussen 20 en 40 euro per persoon voor vervoer. Strandbedje en simpele lunch erbij: nog eens 10 tot 20 euro.
Reken snel: als je onder de 70 euro per persoon per stranddag blijft, inclusief vervoer en eten, en je slaapt daarnaast in een casa van 30 à 35 euro per nacht voor twee, dan zit je voor een relaxte stranddag vaak nog lager dan de “verborgen” dagprijs van een resort. Want die resortnachtprijs lijot inclusief alles, maar je rekent nooit echt uit wat één dag daar nu kost.
Een paar nieuwsachtige bespaartips die ik zelf heb getest:
Reis buiten schoolvakanties als je enigszins kunt. Verschuif je vertrek een paar dagen en check opnieuw de ticketprijzen, soms duikt er ineens een veel goedkopere optie op. Kijk naar plekken aan de noordkust waar nog geen gigantische resorts staan. En: pak de bus of gedeelde taxi als je de tijd hebt, in plaats van overal privé-taxi’s te regelen.
Gek genoeg speelt bagage ook mee. Toen ik mijn trekking-spullen aan het minimaliseren was voor “Inpaklijst Himalaya 2026: de eerlijke pakgids die je rug én tenen redt”, merkte ik hoe fijn licht reizen eigenlijk is. In Cuba heb ik daar direct van geprofiteerd: met een kleinere rugzak stap je veel makkelijker in een lokale bus, in een oudere Lada-collectivo of achterin een gedeelde taxi. Met twee reuzekoffers eindig je sneller in dure privéritjes “omdat er anders geen plek is”.
Als je vliegtickets en transfers een beetje scherp plant, en daarna vooral inzet op casas met losse stranddagen, dan wordt Cuba ineens geen onhaalbare droom meer. De stranden zijn nog steeds absurd mooi, de rum is beter dan in Europa en de wifi is… slechter. Maar dat laatste is eerlijk gezegd ook een soort voordeel.

Het beeld dat je schetst van Varadero met een plastic beker rum-cola klinkt heerlijk herkenbaar, maar ik ben vooral benieuwd naar de echte kosten ter plekke, zoals boodschappen, streetfood en lokale bussen. In veel landen blijkt dat net de verborgen post te zijn die het totaalplaatje duurder maakt dan verwacht. Heb je misschien een overzicht van wat jij gemiddeld per dag uitgaf, exclusief vlucht, zodat je budget echt goed in te schatten is? En merk je een groot prijsverschil tussen toeristische badplaatsen zoals Varadero en meer lokale stranden bijvoorbeeld aan de oostkant van het eiland?
Dank voor je uitgebreide reactie, Wende, en herkenbaar wat je zegt over die verborgen kosten. Grofweg zat ik zelf rond de 30-35 euro per dag exclusief vlucht en accommodatie: denk aan 5-10 euro voor streetfood/boodschappen, 1-2 euro per stadsbusrit en af en toe een duurdere Viazul. In Varadero liggen simpele maaltijden en drankjes vaak 30-50% hoger dan in meer lokale plaatsen; een handige truc is om net buiten de toeristenzone te eten of bij peso-cafétjes waar je vooral locals ziet.