Reistips

Budget reizen in India: zo veel betaal je écht per dag voor je eerste rondreis

Budget reizen in India: zo veel betaal je écht per dag voor je eerste rondreis

Eerste keer India: waar gaat je geld naartoe?

India is weer booming onder Nederlandse reizigers. In elke groepsapp duiken ineens foto’s op van sari’s, chai en gekleurde bussen. En dan komt de vraag: wat kost dat geintje tegenwoordig eigenlijk, van je eerste ticket tot je laatste samosa?

Ik heb de afgelopen tijd mijn eigen bedragen bijgehouden en nog eens door oude boekingen gescrold. Geen perfecte spreadsheet, wel een eerlijke real life rekensom. Handig als je nu ongeveer op de bank zit met: “Is India een 1.200 euro avontuur of moet ik richting de 2.000 sparen?”

Grofweg heb je drie smaken. De low budget backpackmodus: hostelbedden, fan in plaats van airco, veel trein, veel street food. De iets comfortabelere versie: privékamer met airco, af en toe een binnenlandse vlucht, taxi in plaats van altijd tuktuk. En dan nog de “doe maar een zwembad want het is vakantie”-stand, waar je dagelijks budget rustig verdubbelt.

In deze rekensom kijk ik naar de grote blokken: internationale vlucht, visum, treinen en binnenlandse vluchten, overnachtingen, eten, entreegeld voor highlights en die kleine lekken die je portemonnee langzaam leeg laten lopen: simkaart, taxi’s, betaalapps, laundry.

O ja, timing doet ook veel. Net zoals bij de slimme budgettricks rond de moesson in Zuidoost‑Azië kun je met seizoen en vertrekdata in India ook écht geld winnen of verliezen. En later laat ik kort zien hoe ik alles inplan in een eenvoudige online trip planner, zodat je niks vergeet.

Maar eerst: even eerlijk. Wat denk jij nu, uit de losse pols, dat je kwijt bent voor drie weken India?

Van Schiphol naar chai: ticket, visum en eerste kosten bij aankomst

Mijn laatste ticket Amsterdam–Delhi met één overstap kostte rond de 650 euro, retiur. Doordeweeks geboekt, vertrek in november, zo’n twee maanden van tevoren. Diezelfde route in de kerstvakantie zag ik ineens voor 900 tot 1.000 euro oppoppen. Zelfde maatschappij, ander seizoen, ander pijnlevel op je betaalrekening.

Amsterdam–Mumbai vond ik ooit voor 580 euro met een stomme nachtelijke overstap. Klinkt goedkoop, maar om 03:40 uur half slapend in Doha rondhangen voelt ook als een soort valuta. Rechtstreekse vluchten schoten bij mij meestal richting 800 euro of meer, zeker als je niet knettervroeg boekt.

Het is heel vergelijkbaar met tickets naar andere zonnige bestemmingen: wie slim shopt in rustige periodes, wint. De timingtrucjes die ik gebruikte bij het plannen van Azië-trips lijken verdacht veel op wat in dat stuk over moesson en seizoensprijzen in Zuidoost‑Azië staan. Andere landen, zelfde spel.

Dan het visum. Voor een e‑visum voor India was ik laatst rond de 35–40 euro kwijt. Niet schokkend, maar pijnlijk als je het vergeet mee te nemen in je totaalbudget. Het voelt een beetje als “booking fee voor het land”.

En dan die eerste landing. Je stapt Delhi Airport uit, jetlag in je nek, ogen vol stof, en je wil maar één ding: bed. Ik pakte een officiële prepaid taxi en was rond de 12–15 euro kwijt naar Paharganj. Met Uber of Ola betaalde ik een andere keer iets van 6–8 euro voor ongeveer dezelfde rit, maar dan moest ik wel eerst in mijn eentje door de parkeergarage mijn chauffeur zoeken. Keuzes.

Simkaart: voor een maand 4G met iets van 1,5–2 GB data per dag betaalde ik rond de 8–12 euro. Geen ramp, wel weer een tientje. En dan nog wat snacks, eerste chai, een fles water en fooi voor de jongen die je backpack de trap op sjouwt. Voor je hotelbed in zicht is, ben je snel 30–60 euro armer.

Over betalen gesproken: iedereen in India doet alles met UPI, een soort super-betaalapp waarmee je in één tik een kokosnoot, tuktuk of tempeloffer regelt. Als Nederlander rol je daar niet zomaar in, dus in de eerste dagen pin je vaker of betaal je met kaart. Ik betaalde meestal 2–3 euro per keer aan opname- of valutakosten. Telt op.

Mijn tip: reken een “landing pot” van zo’n 150–200 euro in voor de eerste dag(en) en onvoorziene dingen. Dan is die taxirit om 03:00 uur opeens minder stressvol.

Rondreizen, slapen en eten: wat betaal je per dag in India?

Neem even één dag uit mijn route: Delhi naar Jaipur. Ochtends vroeg een trein, overdag wat rondrennen langs het Amber Fort, ’s avonds thali en veel te zoete chai.

De trein: voor een sleeper class ticket betaalde ik iets van 4–6 euro. Geen airco, wel open ramen en veel geroep. De keer dat ik de comfortabele AC‑stoelklasse nam op een vergeiljkbare afstand, zat ik rond de 10–15 euro. Nog steeds geen drama, maar je dagbudget verdubbelt bijna alleen door die keuze.

Overnachtingen varieerden bizar. In Delhi sliep ik in een prima hostel met fan voor ongeveer 8–10 euro per nacht in een dormbed. In Jaipur pakte ik een simpele privékamer met airco voor rond de 18–22 euro. Toen ik mezelf later trakteerde op een hotel met zwembad in Udaipur, tikte ik ineens bijna 40 euro af. Zelfde land, compleet andere vibe én dagprijs.

Eten is waar India echt voelt als cheaten. Een vegetarische thali in een simpele dhaba kostte me meestal tussen de 1,50 en 3 euro. Drie chai’s op een dag: samen misschien 0,80–1 euro. Maar de ene keer dat ik in een hip café in een fancy wijk van Mumbai een cappuccino en avocado toast bestelde, was ik in één klap 7–8 euro kwijt. Ongeveer hetzelfde als drie lokale maaltijden en een stapel chai bij elkaar.

Transport in de stad: korte tuktuk-ritjes rond de 0,80–2 euro, afhankelijk van je onderhandelingsskills en humeur van de chauffeur. Uber in grotere steden iets duurder, maar nog steeds stukken lager dan thuis.

Entreegelden zijn een aparte categorie. Voor grote highlights als de Taj Mahal of bekende forten was ik soms 10–15 euro kwijt per locatie. Op een dag dat je twee van die dingen meepakt, voelt dat opeens “duur” vergeleken met je eten en slapen. Die plan ik daarom apart in mijn budget in, een beetje zoals ik deed bij de strandtrips uit het artikel over Cuba’s stranden en seizoenen. Groot ticket, aparte pot.

Hoe voelt dat dan per dag? Op pure backpackmodus, met hostelbedden, veel street food, sleeper class treinen en korte tuktuks, zat ik vaak rond de 25–35 euro per dag exclusief internationale vlucht. Op dagen dat ik het relaxter aanpakte – privékamer met airco, betere treinklasse of taxi, een keer Westers eten – schoot dat richting 45–60 euro. En dan heb je nog de luxedagen met zwembad of binnenlandse vlucht eroverheen.

India voelt dus heel anders dan bijvoorbeeld een week Canarische Eilanden of een pakketreis. Daar ben ik met budgettrucs als in die snorkel-gids voor de Canarische Eilanden al snel meer kwijt per dag, zelfs als ik zuinig doe. In India kun je de rem er best vaak afhalen zonder dat je bank app ontploft.

Verborgen kosten, spaartips en een eerlijke totaalrekening voor je India‑reis

De echte grapjes merk je pas onderweg. Servicekosten op hotelboekingen die ineens bij het afrekenen opduiken. Laundry die “per stuk” blijkt te zijn in plaats van “per kilo” en waardoor je voor vijf T‑shirts en een broek bijna 6–7 euro afrekent. Betaalde toiletten op stations (20–30 cent per keer, maar hé, drie weken, veel chai…).

Ik trapte één keer vol in de bagageval op een budgetvlucht van Goa naar Mumbai. Handbagage woog net te veel, mevrouw glimlachte lief en ik mocht rustig 20 euro bijbetalen. Op een ticket van 35 euro voelde dat nogal… disproportioneel.

Geld opnemen tikt ook aan. Bij sommige ATM’s betaalde ik 4–6 euro per opname aan lokale kosten, plus je eigen bankkosten. Sindsdien haal ik liever wat meer geld in één keer, hoewel ik ook weer geen halve maandsalarissen in cash bij me wil hebben. Balans zoeken, elke keer opnieuw.

Een paar dingen die mijn budget echt scheelden:

Niet elke dag Westers eten. Die ene pizza of burger is prima, maar elke dag “comfort food” zorgde er bij mij voor dat mijn dagbudget makkelijk 10–15 euro hoger lag dan nodig. Een nachtbus of nachttrein pakken in plaats van een binnenlandse vlucht spaart je soms niet alleen een hotelnacht, maar ook die bagagefees en taxis naar en van de luchthaven.

Treinen vroeg boeken loont, zeker voor populaire trajecten als Delhi–Varanasi of Jaipur–Jodhpur. Last minute eindig je sneller in duurdere klassen of bij luchtvaartmaatschappijen waar elke kilo extra geld kost. Dat is eigenlijk dezelfde logica als in het stuk over budgetvriendelijk snorkelen op de Canarische Eilanden: kleine vaste kosten in de gaten houden en dingen slim bundelen op één dag.

Dan de grote vraag: wat kost een hele reis nou? Voor twee tot drie weken backpacken in India, met hostels, veel trein en bus, street food en af en toe een simpel guesthouse, kwam ik grofweg uit rond de 1.200–1.400 euro totaal, inclusief internationale vlucht. Toen ik een keer bewuster voor privékamers, meer airco, enkele binnenlandse vluchten en wat georganiseerde tours koos, zat ik voor ongeveer dezelfde lengte rond de 1.800–2.100 euro.

Dat zijn geen officiële richtlijnen, gewoon bedragen die daadwerkelijk uit mijn bankapp rolden. Om het overzicht te houden gooi ik mijn dag-tot-dag plan tegenwoordig in Trip Planner van HikersBay. Dan zet ik vlucht, trein, hotels, activiteiten en geschatte uitgaven in een tijdlijn en zie ik vrij snel: oké, ik ben de entreegelden of lokale taxi’s vergeten, of ik plan wel heel veel dure dagen achter elkaar. Werkt beter dan vijftien tabbladen en een notitie vol halfbakken bedragen.

Voor mijn eerste India-trip heb ik iets van vier à vijf maanden redelijk strak moeten sparen. Ik onderschatte toen vooral hoe vaak ik “ah joh, doe maar de iets betere optie” zou zeggen bij eten, kamers en treinen. Volgende keer boek ik eerder mijn treinen, plan ik de dure highlights ín één klap in, en kies ik bewuster wanneer ik echt voor luxe ga. De rest mag weer gewoon street food en sleeper class zijn.

Over de auteur

Sebastian Boguszewicz

Reiziger en reisfotograaf. Software-architect, maker van wereld-prijzen.nl en het reisplatform hikersbay.com.