Reistips

Vietnam voor digital nomads: kosten, beste steden en visa in 2025–2026

Vietnam voor digital nomads: kosten, beste steden en visa in 2025–2026

Waarom Vietnam nu volloopt met digital nomads

Begin 2025 landde ik met laptop en veel te optimistische to-do-list in Da Nang. Nog geen uur later zat ik om 9.00 uur in een café, telde even om me heen en zag al zes andere opengeklapte laptops voordat mijn koffie de bar had verlaten. Vietnam staat tegenwoordig op bijna elke digital-nomad-lijst, en ter plekke snap je meteen waarom.

Even simpel: een digital nomad is gewoon iemand die online werkt en z’n werk meeneemt op reis. Geen magische tribe, meer een groep mensen met Slack-notificaties en een zwak voor goedkope vluchten.

Vietnam tikt nu alle vakjes aan: lage kosten, bizar sterke café-cultuur, snelle wifi, en een coworking-boom in steden als Da Nang, Ho Chi Minh City (Saigon) en het koelere Da Lat. Het voelt een beetje alsof iemand een land heeft ontworpen op basis van de wensenlijst van remote workers, en het daarna per ongeluk ook nog betaalbaar heeft gemaakt.

Qua betaalbaarheid wordt Vietnam inmiddels in één adem genoemd met andere budgetbestemmingen, waar je misschien eerder aan een Turkse badplaats of Oost-Europa dacht. Maar hier draait het niet om ligbedjes en polsbandjes; dit stuk gaat vooral over wat het kost om hier te werken, hoe het zit met het e‑visa en wat je buiten werktijd doet behalve koffie drinken en toeterende scooters ontwijken.

Kostenplaatje: wat ik per maand uitgaf in Da Nang, Saigon en Da Lat

De vraag die ik het vaakst krijg: “Oké, leuk, maar digital nomad in Vietnam, wat kost het nou echt?” Dus: bedragen. Geen spreadsheet, wel mijn eigen portemonnee.

Da Nang: strand, surf en gemiddeld geprijsd

In Da Nang zat ik op ongeveer 750–900 euro per maand als solo nomad, redelijk comfortabel.

Ruw uit elkaar getrokken:

  • Huur: rond de 350 euro voor een klein serviced apartment met wekelijkse schoonmaak, vlak bij My Khe Beach.
  • Eten: 150–200 euro. Streetfood-bún, cơm tấm, phở – vaak tussen de 1 en 2,50 euro per maaltijd.
  • Koffie: 60–80 euro. Ja, ik gaf soms meer uit aan cà phê sữa đá dan aan lunch. Geen spijt.
  • Scooterhuur en benzine: zo’n 50 euro per maand.
  • Coworking en andere onzin (gym, sikaart, random bubble tea): 100–150 euro.

Je kunt het goedkoper doen (kamer in een gedeeld huis, minder cafébezoek) en rond de 550–600 euro uitkomen. Maar dan moet je echt een beetje op de rem trappen met flat whites en spontane strandbar-avonden.

Ho Chi Minh City (Saigon): duurder uitgaan, meer verleiding

Saigon is een ander verhaal. Meer uitgaansleven, meer food-delivery, meer “ach, nog één cocktail dan”. Mijn maand zat daar eerder rond de 1.000–1.200 euro.

  • Huur District 1/3/Phu Nhuan: 450–550 euro voor een prima studio met airco en fatsoenlijk bureau.
  • Eten: 200–250 euro. Je eet hier net zo makkelijk voor 1,50 euro op straat als voor 15 euro op een rooftop.
  • Koffie en coworking samen: 150–200 euro. Coworking day pass liep vaak rond de 6–10 euro; maandabonnement iets hoger.
  • Uitgaan, Grab-rides, weekendjes weg: de rest. Saigon slurpt ongemerkt geld op.

Als je strak budgetteert, kun je misschien rond de 800–850 euro blijven. Met een wat ruimere levensstijl, een paar craft beers per week en af en toe een fancy brunch, tikt het snel naar 1.200 euro.

Da Lat: koel, groen en net wat goedkoper

Da Lat is koeler (temperatuur én vibe) en merkbaar iets goedkoper, vooral qua huur. Ik zat daar rond de 650–800 euro per maand.

  • Huur: 250–320 euro voor een eenvoudig appartement met uitzicht op groen en een veel te harde matras.
  • Eten: 150–180 euro. Veel markten, simpele lokale tentjes.
  • Koffie: 40–60 euro. Minder verleiding om drie lattes per dag te halen, meer chill sprookjes-cafés in de heuvels.
  • Andere kosten (scooter, simkaart, uitstapjes): 150–200 euro.

Vergeleken met andere goedkope bestemmingen is Vietnam dus echt mild geprijsd. Als je kijkt naar een totaal andere reisstijl, zoals een weekje polsbandje om aan de kust van Turkije, is de vibe compleet anders, maar de prijs verrassend vergelijkbaar. In dit stuk over all-inclusives, “Goedkope all‑inclusive aan Turkse stranden: waarom Alanya, Side en Belek nu zó’n koopje zijn”, zie je hoe ver je daar komt met een klein budget – maar dat is meer zon, buffetten en niets doen. Vietnam wordt pas echt goedkoop als je minstens een paar maanden blijft en niet om de drie dagen in een nieuw hostel en op een nieuwe vlucht zit.

Leven als nomad in Vietnam: cafés, coworking en vrije tijd

Mijn favoriete ochtend was een doodgewoon moment: 7.30 uur in een Saigon-café, airco te koud, hoodie aan, glasvezel-wifi, flat white op tafel voor nog geen twee euro. Buiten al chaos, binnen alleen het geluid van melkopschuimers en toetsenborden.

Die café-cultuur is misschien wel de grootste reden dat Vietnam zo’n nomad-magneet is. In elke straat lijkt wel een specialty coffee-bar te zitten. Barista’s die moeiteloos latte art klappen, overal stopcontacten, niemand die moeilijk kijkt als je drie uur blijft zitten met één koffie en een extra water. In Da Nang heb je fijne spots langs de rivier en in de wijk An Thuong, vol surfers, nomads en een onwaarschijnlijke hoeveelheid avocado-toast. Saigon heeft alles: minimalistische espressobars in steegjes, hippe rooftop cafés, donkere rattan-stoelen-tenten waar je opa ook zou kunnen zitten.

Da Lat voelt weer anders: meer groene, half-open cafés met uitzicht op heuvels en meren. Net wat rustiger, goed om series calls weg te werken zonder constant getoeter op de achtergrond.

Coworking spaces heb ik vooral in Da Nang en Saigon gebruikt. Ik betaalde meestal rond de 7–10 euro per dag, of ongeveer 90–150 euro voor een maand, afhankelijk van locatie en koffiebeleid. Eerlijk: ik begon fanatiek met coworking, maar eindigde vaak toch in cafés. Goed licht, goede koffie, prima stoelen, en je voelt je minder in een kantoor. Als ik echt moest knallen, pakte ik een paar dagen coworking achter elkaar, en dan weer terug naar de café-tour.

Na werktijd wordt het leven simpel en leuk. In Da Nang sprong ik vaak tegen zonsondergang op de scooter naar My Khe Beach, laptop dicht, plastic krukje in het zand, biertje in de hand. In Saigon werd het eerder streetfood-tour: vijf mini-maaltijden in één avond, van bánh xèo tot snode hoeveelheden suiker in toetjes. In Da Lat reed ik juist rond de meren en door de bergen, met elke paar kilometer weer een nieuw uitzichtpunt en een kraampje met hete sojamelk.

Wie in het weekend liever de koele bergen in gaat dan de tropische warmte, kan ook verder kijken dan Vietnam. Voor een totaal andere wandelstijl dan de jungle hier is “Hut‑naar‑hut in Europa voor beginners: zo plan je zonder stress je eerste trektocht” een goede reality check: minder scooters, meer berghutten.

Als je meerdere steden in Vietnam wilt combineren, helpt een reisplanner-tool enorm. Ik gebruikte zelf Trip Planner van HikersBay om routes, kosten en stops als Da Nang – Hoi An – Da Lat – Saigon een beetje overzichtelijk te houden, in plaats van vijftien losse notities en drie tabbladen met vluchtopties.

Uiteindelijk merkte ik dat het leven als nomad hier neerkomt op vier dingen: werken, eten, koffie en scooters. Het klinkt saai, maar het is het niet.

Visa, verblijfsduur en hoe lang je budget meegaat

De lage kosten zijn leuk, maar alleen als je ook écht mag blijven. Visa dus. Zonder te diep de bureaucratie in te duiken: op dit moment kun je online een Vietnam e‑visa aanvragen. Vaak gaat het om opties tot ongeveer 90 dagen, soms single, soms multiple entry, afhankelijk van je nationaliteit en de regels op dat moment.

Belangrijk: die regels schuiven nog wel eens. Check altijd de officiële Vietnamese overheidssites of je ambassade voordat je je tickets koopt. Niet je reisblogger. Ook niet mij.

Ik plande mijn verblijf grocweg rond zo’n 90-dagenritme. Een paar weken Da Nang, tussendoor een rustig blokje werken in Da Lat, dan een maand Saigon, en daarna of een visa-run, of gewoon door naar de volgende bestemming in Azië. Klinkt geordend, maar in de praktijk zat ik de helft van de tijd te kijken welke stad de beste kans op zon én stabiele wifi had.

Met de maandbedragen hierboven kun je een grove rekensom doen. Stel je hebt 3.000 euro spaargeld puur voor levensonderhoud in Vietnam. Dan kom je, als je een beetje normaal doet, ergens tussen de 3 en 4 maanden uit. Met 4.000 euro kun je eerder denken aan 4 tot 5, misschien 6 maanden als je veel in goedkopere steden zit en niet elk weekend vliegt of uitgaat in rooftopbars. Dit is geen financieel advies, meer de rekenmachine op mijn eigen foutjes.

Op een gegeven moment loopt je visa af en moet je door. Je kunt dan richting Japan vliegen, wat meteen een heel andere money game is. Als je dat overweegt, is “Budget Tokio langs de Yamanote-lijn: 2 simpele routes die je portemonnee (bijna) niet voelt” een goed startpunt om je verwachtingen (en je budget) bij te stellen.

Als ik alles bij elkaar optel, is Vietnam in 2025–2026 een extreem logische nomad-keuze: lage kosten, relatief soepele e‑visa, goede wifi, cafés op elke straathoek en een groeiende community van remote workers. De grootste valkuil is eigenlijk niet het geld of de regels, maar dat je zó bezig bent met werken en verlengen dat je vergeet om gewoon een dag de laptop dicht te laten en het land in te rijden.

Over de auteur

Sebastian Boguszewicz

Reiziger en reisfotograaf. Software-architect, maker van wereld-prijzen.nl en het reisplatform hikersbay.com.