Reistips

Kosten Vietnam vakantie 2026: wat ik echt betaalde (en waar je op kunt rekenen)

Kosten Vietnam vakantie 2026: wat ik echt betaalde (en waar je op kunt rekenen)

Vietnam op je radar: waarom nu en wat doet dat met de prijzen?

Vietnam is weer vol. Vliegtuigen, bussen, straatjes. In de recente Vietnam tourism report op Nomad Lawyer zie je dat het aantal reizigers, vooral uit de regio en uit China, weer hard omhoog gaat. En als meer mensen iets willen, gebeurt er meestal één ding: prijzen kruipen stiekem mee omhoog.

Voordat je nu je backpack weer terug in de kast gooit: Vietnam is in 2026 nog steeds bizar betaalbaar vergeleken met veel andere zonbestemmingen. Een cocktail in Havana of een huurauto bij een Spaanse kustplaats doet meer pijn dan een kom noedels in Hanoi. Zelfs als je twijfelt tussen Azië of de Cariben en je eerst verdiept in Varadero vs. Cayo Santa María, blijft Vietnam qua prijzen vaak aantrekkelijk.

Ja, er is een soort banh mi-inflatie. Dat T-shirt afdingen in de oude wijk van Hanoi gaat de eerste dag ook niet soepel. Maar als je kijkt naar wat je kwijt bent per dag – vlucht, kamer, eten, een tourtje – dan zit Vietnam nog steeds ruim onder wat ik uitgaf op een weekje zon in Zuid-Europa.

In dit stuk ga ik niet strooien met tabellen, maar met echte bedragen die ik zelf betaalde in 2025/2026: vluchten vanaf Schiphol, hostels en hotels in Hanoi, Ho Chi Minh City en Da Nang/Hoi An, plus homestays op het platteland en de bekende tours zoals Ha Long Bay. En ik reken drie dagbudgetten door: backpack, comfort en wat ik zelf “luxe zonder gouden kranen” noem.

Op Wereld-Prijzen vind je trouwens ook vergelijkende prijsartikelen voor onder andere Cuba en Turkije, daar verwijs ik verderop kort naar. Maar om het meteen concreet te maken: mijn allereerste dag in Hanoi – inclusief hostel, drie maaltijden, koffie en een biertje – kostte minder dan één avondje terras in Amsterdam-Oost.

Van Schiphol naar Saigon: wat ik betaalde voor vluchten en slapen per stad

Mijn laatste retourtje Amsterdam – Ho Chi Minh City boekte ik in een melige nachtelijke sessie, half slapend achter m’n laptop. Uiteindelijk betaalde ik rond de 720 euro retour, in wat je gerust hoogseizoen mag noemen: februari, vlak voor Têt, met één overstap in het Midden-Oosten.

Een paar maanden eerder had ik een retour Amsterdam – Hanoi voor ongeveer 580 euro in het tussenseizoen, ook met één overstap. Op directe vluchten keek ik ook, maar die zaten makkelijk 150–200 euro hoger. Scheelt soms een halve week hostelbedden, dus ik koos braaf voor overstappen en podcastjes luisteren op de luchthaven.

Wat me echt opviel: één dag schuiven in je datum kan zo 150 euro verschil maken. De vlucht op zaterdag was 740 euro, de dinsdag erna rond de 590. Als je met Wereld-Prijzen of andere vergelijkers een beetje speelt met data, zie je die sprongen meteen. Dus ja, flexibel zijn is letterlijk geld waard.

Ook leuk: als je de prijzen naast sommige zonvakanties legt, is het verschil kleiner dan je denkt. Voor een ticket richting Cuba zat ik al gauw in dezelfde range. In het artikel over Varadero vs. Cayo Santa María zie je ook dat het vliegticket daar vaak de grote klapper is, net als bij Vietnam.

Overnachten dan. Mijn goedkoopste nacht was een stapelbed in een dorm in de Old Quarter van Hanoi voor ongeveer 9 euro, inclusief ontbijt en een handdoek die al wat avonturen had meegemaakt. In Ho Chi Minh City sliep ik in District 1 in een simpel hostel voor rond de 11 euro, iets moderner, iets minder charmant.

Buiten de grote steden werd het nog leuker. In Ninh Binh had ik een homeatay met uitzicht op de rijstvelden voor iets van 15 euro per nacht, inclusief een gigantisch Vietnamees ontbijt. In de Mekong-delta sliep ik bij een familie thuis voor zo’n 18 euro, met avondeten en een kano-tochtje erbij.

Aan de kust gaat het van “oké goedkoop” naar “hoe dan?”. In Hoi An had ik een ruime tweepersoonskamer met balkon en zwembad voor nog geen 25 euro per nacht. In Da Nang betaalde ik voor een net middenklasse hotel met goede airco en een prima ontbijtbar rond de 30–35 euro. Weekend en nationale feestdagen tikken de prijs makkelijk 20–30 procent hoger, vooral in strandplaatsen.

Ik hou zelf m’n kosten bij in een simpele online planner. Deze reis gebruikte ik de Trip Planner van HikersBay, waar ik vluchten, nachten en verwachte uitgaven per dag naast elkaar kon schuiven. Niet omdat ik zo mega georganiseerd ben, maar omdat ik anders halverwege de trip denk: waar is m’n geld gebleven?

De grootste verrassing voor mijn portemonnee waren uiteindelijk niet de kamers, maar… het eten.

Eten, streetfood en tours: waar gaat je geld in Vietnam echt naartoe?

Stel je een druk straatje in Hanoi voor, ergens in de Old Quarter. Plastic kinderstoeltjes, stoombaden van soepdampen, brommers op vijf centimeter langs je knie. Ik plofte neer, bestelde een kom phở bò en betaalde omgerekend iets van 1,80 euro. Een ijskoffie van de krsam ernaast: nog geen euro. Klaar. Diner.

Loop je tien minuten verder een toeristischer straatje in, met airco en een nette menukaart in het Engels, dan tikt hetzelfde avondeten al snel naar 8–10 euro, drankje erbij en je zit eerder rond de 12 euro. Nog steeds geen drama, maar het verschil tussen plastic krukje en Instagram-waardig interieur voel je in je portemonnee.

Op dagen dat ik vooral streetfood at – ontbijtbanh mi, lunchnoedels, avondpho en een paar lokale biertjes – zat ik meestal tussen de 8 en 12 euro per dag aan eten en drinken. Op dagen dat ik meer “westerse” tentjes en hippe koffiebars pakte, lag ik vlot rond de 15–20 euro of iets erboven. Cocktails en westerse wijn zijn de sluipmoordenaar; drie G&T’s en je dagbudget ziet er opeens heel anders uit.

En dan de tours, waar het echte geld heen gaat. Ha Long Bay is daar het duidelijkste voorbeeld van. Mijn goedkoopste dagtour, inclusief bus vanaf Hanoi, boot, lunch en een kort kajakmomentje, kostte iets van 45 euro. Prima dag, veel mensen, weinig ruimte op het dek, maar je ziet de rotsen, klaar.

De eerste keer dat ik een tweedaagse “party cruise” boekte, betaalde ik rond de 130 euro. Slapen op de boot, eten, drinken (niet alles inclusief, natuurlijk) en een hoop harde muziek. Leuk als je 22 bent en niet wil slapen. Voor de prijs vond ik het oké, maar de baai zelf raakte een beetje ondergesneeuwd door de buckets en de karaokemicrofoon.

Een paar jaar later deed ik het rustiger: een kleinschaligere boot, meer oudere koppels, comfortabele hut, goede maaltijden. Daar was ik rond de 200 euro voor twee dagen aan kwijt. Die voelde het meest “waard”, omdat ik Ha Long ook echt zag in plaats van hoofdpijn.

Soortgelijke bedragen kwam ik tegen bij andere dingen: een boottrip in Ninh Binh rond de 15–20 euro, canyoning bij Da Lat eerder 45–70 euro, foodtours in Hoi An meestal tussen de 30 en 50 euro. Net als bij snorkeltours op de Canarische Eilanden – daar lees je in het stuk over snorkelen op de Canarische Eilanden vergelijkbare prijsniveaus – zijn het bijna altijd de excursies die het hardst knagen aan je dagbudget, niet dat broodje op straat.

De grap is dat je meer uitgeeft aan één Ha Long-nacht dan aan drie dagen eten.

Dagbudgetten voor backpack, comfort en luxe – plus slimme bespaartips zonder saaie reis

Alles wat ik hieronder roep zijn geen heilige bedragen, maar gewoon wat ik zelf haalde of realistisch vond met 2026-prijzen in m’n achterhoofd.

Als backpacker redde ik me vaak met 30–40 euro per dag, all-in. Denk aan een hostelbed van ongeveer 9–12 euro, drie keer streetfood, een paar biertjes op Bia Hoi-hoekjes voor 0,50 per glas, en dan nog wat vervoer: een scootershare, een busrit tussen steden of een goedkope tour. De ene dag geef je 22 euro uit en voelt het alsof je vals speelt, de andere zit je op 45 omdat je ineens besluit een boottochtje of scooterexcursie mee te pakken.

Voor de comfortreiziger – zeg: je wil een eigen kamer, airco die het doet, af en toe een zwembad en minder nachtelijke bussen – kwam ik vaak uit tussen de 60 en 80 euro per dag. In Hoi An had ik bijvoorbeeld een fijne kamer met zwembad voor 25 euro, at ik twee keer in een normaal restaurant (bij elkaar een euro of 20), kocht ik koffie alsof het water was, en pakte ik een prive transfer naar Da Nang-airport. Met wat marge voor een kleinschalige Ha Long-cruise of een binnenlandse vlucht schommelde m’n daggemiddelde rond de 70 euro. Voor families die deze stijl herkennen, is het leuk om prijzen ook eens naast iets heel anders te leggen, zoals de Turkse stranden met kinderen, waar je meer kwijt bent aan resorts maar minder aan lange vluchten.

Dan mijn favoriete categorie: luxe zonder gekkigheid. Geen gouden kranen, wel fluffy kussens, massages en een glas fatsoenlijke wijn. In Hanoi sliep ik een paar nachten in een boutique hotel van ongeveer 70–80 euro per nacht, at ik in betere restaurants en boekte ik een rustige, mooie Ha Long-boot mét spa. Die dagen tikte mijn budget makkelijk naar 150–170 euro per dag. Binnen dat bereik kun je je echt laten verwennen, zolang je niet dagelijks voor champagneontbijt en westers geprijsde wijn kiest.

Geld besparen zonder dat je reis opeens saai wordt, zit ’m in kleine dingen. Binnenlandse vluchten vroeg boeken scheelde me soms 30–40 procent ten opzichte van last minute; een ticket Hanoi – Da Nang heb ik eens voor 35 euro gekocht, terwijl dezelfde vlucht een week later bijna het dubbele was. In Hanoi sliep ik later liever in een zijstraat van de Old Quarter dan direct aan het drukste plein: vijf minuten lopen verder kostte m’n kamer ineens een paar euro minder én sliep ik beter.

Wat ook helpt: per regio één “dure” tour kiezen en de rest zelf regelen. In Ha Long ging ik voor de betere boot, in Ninh Binh huurde ik gewoon zelf een fiets en kocht ter plekke een simpel bootkaartje. Daardoor blijft je gemiddelde per dag verrassend laag, zelfs als je af en toe even losgaat.

Dan zijn er nog de microslimme trucjes. Waterfles bijvullen in hotels in plaats van telkens nieuwe flessen kopen. Een lokale simkaart scoren op dag één zodat je Grab kunt gebruiken in plaats van in willekeurige taxi’s te springen. En ja, even drie meter verder lopen voor die kokosnoot. Ik betaalde ooit bijna het dubbele, puur omdat ik te lui was om mijn stoel om te draaien en naar het stalletje ernaast te lopen.

Zelf schuif ik dure en goedkope dagen in een simpele online tool zoals de Trip Planner, zodat ik in één oogopslag zie: vandaag Ha Long-knal, morgen streetfood en hostel om het weer recht te trekken. Als je na Vietnam thuiskomt en je banksaldo valt mee, dan heb je het spelletje goed gespeeld.

Over de auteur

Sebastian Boguszewicz

Reiziger en reisfotograaf. Software-architect, maker van wereld-prijzen.nl en het reisplatform hikersbay.com.