Waarom Playa Pilar ineens overal opduikt in wereldranglijsten
Je kent Cuba waarschijnlijk van Varadero, Havana en misschien Cayo Coco. Maar de laatste maanden duikt ineens overal een andere naam op in de lijstjes: Playa Pilar. In 2024 schiet dit kleine strand op Cayo Guillermo omhoog in wereldranglijsten van mooiste stranden, onder meer bij TripAdvisor en in overzichten van Journee‑Mondiale. En eerlijk: ik snap het wel.
Voor de kaartliefhebbers: Cayo Guillermo ligt aan de noordkust van Cuba, een stuk ten westen van Cayo Coco, verbonden via een lange damweg vanaf het vasteland. Playa Pilar ligt helemaal aan het uiteinde van het eiland. Geen gigantische boulevard, geen rij van twintig torenhoge resorts. Meer: één strand, een paar strandbars, wat ligbedjes, mangroves erachter… en dat was het ongeveer.
Dat maakt het contrast met Varadero best grappig. Daar staan bussen file te trekken langs eindeloze all‑inclusive hotels, terwijl je op Playa Pilar nog steeds gewoon je handdoek neerlegt zonder dat je burn je zonnebrand kunnen meelezen. Er zijn wel hotels op Cayo Guillermo, maar de schaal is kleiner en het voelt allemaal minder massaal. Meer Caribisch dorp, minder snelweg langs zee.
Ik kwam Playa Pilar eigenlijk tegen terwijl ik lijstjes aan het bekijken was voor een volgende trip. Tussen alle Azië‑tips, van een overzicht met bestemmingen in juni en een stuk over stedentrips naar Tokyo, Seoul of Bangkok, dook ineens dat ene Cubaanse strand op dat ik nog niet kende. Dat is een zeldzaam moment tegenwoordig.
Als je op zoek bent naar rust, warm water en een strand dat er zó fotogeniek uitziet dat je Instagram‑filter werkloos wordt, dan zit je hier goed. Voor gezinnen met kinderen is het een relaxte plek omdat de zee extreem rustig en ondiep is. Snorkelaars pikken hun uurtjes mee langs de randen van het rif. En als je gewoon een betaalbare all‑inclusive op een tropische plek wilt zonder het prijskaartje van de Malediven, is Cayo Guillermo een redelijk vriendelijke optie.
In deze blog houd ik het simpel: hoe Playa Pilar voelt (zand, water, sfeer) en hoe je er komt zonder dat je halve budget opgaat aan transfers. En ja, ergens voelt het een beetje verkeerd om zo enthousiast te zijn over een plek waarvan je hoopt dat ‘ie níet ontdekt wordt door elke buslading toeristen. Maar goed, we zijn nu toch bezig.
Poederzacht zand, turquoise pierenbad: hoe Playa Pilar echt voelt
Mijn eerste gedachte toen ik vanaf de houten loopbrug het strand opliep: dit zand is niet normaal. Spierwit, superdroog en zó fijn dat het bijna knarst onder je voeten, maar dan zacht. Ik ben eerder in het Caribisch gebied geweest, op plekken waar iedereen roept dat het zand ongeëvenaard is, en toch voelt Playa Pilar nog een tikje intenser. Alsof iemand het strand door een extra fijne zeef heeft gehaald.
Het water is misschien nog opvallender. Vanaf de vloedlijn loop je tientallen meters de zee in en blijft het ondiep. Helder turquoise, de kleur waar reisbureaus stockfoto’s van maken. Ik overdrijf niet: ik stond zeker vijftig meter uit de kust nog met het water net boven mijn knieën. Ideaal als je niet de meest zelfverzekerde zwemmer bent of als je kids hebt die gewoon willen plonzen zonder elke minuut strak in de gaten gehouden te worden.
Voor gezinnen is dat een enorme plus. Maar ook voor luie strandgangers, zoals ik op dag drie. Je kunt letterlijk met een cocktail in je hand pootjebaden, beetje rondhangen, foto’s maken en ondertussen niet het gevoel hebben dat je in een wasmachine ligt. Doordat het zo ondiep is, zijn de golven meestal flauw en rolt er niet elke paar seconden een muur water over je handdoek.
Over handdoeken gesproken: ik merkte na een uur dat mijn handdoek bijna schoon bleef. Het zand is zo fijn en droog dat het nauwelijks blijft plakken. Ik moest er zelfs een beetje om lachen toen mijn slippers halverwege een foto‑sessie half wegzakten. Ik stond ineens tot aan mijn enkels in poedersneeuw‑achtig zand, terwijl ik probeerde mijn telefoon recht te houden. De foto is mislukt, maar het moment was top.
Qua drukte zit Playa Pilar in een soort sweet spot. In het hoogseizoen ligt er echt wel volk, vooral gasten van de resorts op Cayo Guillermo die met een shuttle of taxi komen. Toch had ik geen moment het gevoel hutjemutje te liggen. Geen handdoek aan handdoek, geen gevechten om de laatste ligstoel in de schaduw. Eerder een mix van families, koppels en een paar solo‑reizigers die duidelijk dezelfde lijstjes hadden gelezen als ik.
Wat je wel merkt: steeds meer reizigers speuren lijstjes met “mooiste stranden ter wereld” af, net zoals mensen voor hun volgende rondreis de beste reistijd checken voor plekken als Patagonië. Ik betrapte mezelf erop dat ik na mijn stranddag meteen weer doorklikte naar een artikel over de beste reistijd voor Patagonië, gewoon omdat mijn hoofd alweer bij de volgende droomplek zat. Playa Pilar past precies in dat rijtje van bestemmingen waar je bijna hoopt dat ze nét onder de radar blijven.
Praktisch gezien is het allemaal redelijk te doen. Vanaf de hotels op Cayo Guillermo pak je een taxi of shuttlebus, vanaf Cayo Coco kan het ook, dan zit je wat langer in de auto over de dam. Mijn taxi‑rit kostte grofweg het bedrag van een simpele lunch in Havana, dus geen drama. Voor je hotelprijzen kun je desnoods vooraf even kijken op een site als HikersBay, waar je een idee krijgt wat hotels ongeveer doen op Cayo Coco en Cayo Guillermo, of je checkt daar het weer en klimaat per maand zodat je niet midden in een tropicshe bui‑week landt. Scheelt teleurgestelde strandfoto’s.
Is Playa Pilar de heilige graal van alle stranden? Dat niet. Er staat af en toe een strandbar iets te hard muziek te pompen, de wc’s zijn niet overal even fris en op drukke dagen voelt het strand aan het eind van de middag een stukje kleiner. Maar die eerste stappen door dat belachelijk zachte zand, terwijl voor je een turquoise pierenbad ligt dat maar niet diep wil worden… dat moment blijft je echt bij.
En ja, terwijl ik dit typ, hoor ik een stemmetje in mijn achterhoofd dat zegt: had het nu gewoon voor jezelf gehouden. Maar goed, sommige geheimen zijn nu eenmaal slecht bewaard.
