Reistips

Verborgen parels in Cuba: rustigere stranden dan Varadero (met helder water en minder sargassum)

Verborgen parels in Cuba: rustigere stranden dan Varadero (met helder water en minder sargassum)

Waarom je Cuba‑kompas weg mag van Varadero

Op een gegeven moment heb je het wel gezien, toch? De lange rij all‑in resorts in Varadero, het buffet met elke dag “thema‑avond” en die eindeloze zee van blauwe strandbedjes. Ik betrapte mezelf er de laatste keer op dat ik letterlijk over handdoeken moest stappen om bij het water te komen. Strand Tetris, maar dan met mensen.

Als je dit leest, heb je waarschijnlijk je rondjes Cuba al gedaan. Havana vinkje, Trinidad vinkje, Varadero, Cayo Santa Maria, misschien nog een extra resort ergens ertussen. Lekker hoor, maar na je derde keer is de verrassing er een beetje af.

Na een avondje verdwalen in Reddit‑draadjes, recente reisblogs en Cubaanse media viel me iets op: steeds dezelfde namen kwamen terug als “wow”-plekken. Niet de usual suspects, maar rustigere stranden met helder water, opvallend weinig sargassum en een relaxte vibe. Geen massa’s luidruchtige zwembadanimsatie, wel stukken kust waar je weer even adem haalt.

In deze blog zoom ik in op precies die plekken: Las Coloradas op Cayo Coco, de stillere stukken tussen Playa Pilar en Cayo Guillermo, delen van Cayo Largo en de stranden bij Holguín rond Guardalavaca. Geen zware reisgids, meer een soort nieuwsupdate uit de online reiswereld: waar fluisteren ervaren Cuba‑reizigers nu over, buiten de brochures om?

Voor praktische dingen – weer, seizoenen, indicatieve prijzen – kijk ik zelf vaak even op HikersBay. Handig om te zien wanneer het orkaanseizoen piekt of wat hotels ongeveer doen, zonder meteen halve dagen te verliezen aan het vergelijken van sites.

Dus, schuif Varadero even opzij.

Cayo Coco en Cayo Guillermo: wat locals en reisforums fluisteren

Ik zat ‘s avonds in een eenvoudige casa particular. Plastic tafelkleed, ventilator die meer lawaai dan wind maakte. De eigenaar pakte zijn telefoon, typte “Las Coloradas” in en draaide het scherm naar me toe. Foto’s van een strand dat ik nog nooit in een brochure gezien had. Geen muur van ligbedden, geen groot resort in beeld. Alleen rustig water en een paar mensen die meer leken te wandelen dan te poseren.

Jardines del Rey ligt grofweg voor de noordkust van centraal Cuba, een kralenketting van eilandjes, bruggen en causeways. Cayo Coco en Cayo Guillermo zijn de bekendste stukjes daarvan. De meeste reizigers blijven hangen bij de grote resorts, maar online lees je steeds vaker over mensen die “gewoon een stuk zijn gaan lopen” langs het strand, weg van de hoofdtoegang, en ineens bijna alleen stonden.

Las Coloradas op Cayo Coco wordt in recente blogs en Reddit‑verslagen vaak genoemd als stiller stuk. Het water is er op goede dagen helder, met verrassend goed zicht om te snorkelen dicht bij de kust. Verwacht geen vijf strandbars en een man die elke vijf minuten met mojito’s langsloopt. Eerder één barretje, een paar locals en veel lucht om je heen.

Tussen Playa Pilar en delen van Cayo Guillermo zitten die wat‑gebeurt‑hier‑eigenlijk‑nog‑niet‑zones. De witte vlakken tussen de lijntjes op de kaart. Stukken strand waar je nog zand hebt zonder een rij aan kiosken, parasols en geluidsinstallaties. Volgens regionale Cubaanse media blijven sommige zones bewust minder ontwikkeld. Voor de eilandplanning logische keuzes, voor reizigers voelt het nu als een bonus.

Het is niet allemaal ansichtkaart. Er zijn dagen dat de wind aantrekt en de zee onrustiger wordt, soms ligt er tóch een strook sargassum en een taxi naar een rustig deel kost snel meer dan je lief is. Af en toe is er geen wc in de buurt en zit je met je kokosnoot en je volle blaas naar dat perfecte turquoise te kijken. Maar ja, liever dat dan een zwembad met onophoudelijke aquagym.

Als je het leuk vindt om net buiten de gebaande paden te lopen, doet dit een beetje denken aan rustig ronddwalen door Thonburi in Bangkok. In plaats van drukke hoofdstraten zoek je steegjes langs de khlongs, net naast het toeristische decor. Daarover schreef ik eerder in “Bangkok langs de khlongs: zo ontdek je Thonburi zonder touroperator”. Zelfde spel, ander continent.

Voor ik richting Cayo Coco ging, checkte ik via HikersBay even wat de hotels daar ongeveer kosten en hoe het zat met het klimaat rond het orkaanseizoen. Geen raketwetenschap, maar het fijn om te zien op welke maanden de regenpieken zitten, zeker als je maar twee weken hebt.

En dan zit je daar ineens, op een half verlaten strook zand, koffie in een afgeleefde plastic beker, op een nog afgeleefdere plastic stoel, met twee meter verder water in een kleur waarvan elke Instagram‑filter spontaan met pensioen kan.

Cayo Largo en Guardalavaca: helder water, weinig sargassum, meer ademruimte

Toen ik me door fora en blogs begon te worstelen, viel me iets op: bij een paar plekken kwamen steeds dezelfde woorden terug. “Heel helder water.” “Vrij schoon van sargassum.” “Rustig, zelfs in hoogseizoen.” Cayo Largo sprong er echt uit.

Dat kleine eiland aan de zuidkust heeft online bijna een mythische status gekregen als het om helder water en eindeloze zandstroken gaat. Op drukke stukken merk je nog steeds dat Cuba probeert massa’s te ontvangen, maar recente posts van Cubaneo Travel en verschillende Reddit‑gebruikers wijzen naar delen waar je zelfs in het hoogseizoen je handdoek kunt neerleggen zonder dat iemand op 50 centimeter al staat mee te luisteren in je gesprek.

Ik liep daar op een ochtend langs een lange, lichte strook zand waar maar een handvol mensen liep. Geen knetterende muziek, geen opgeblazen flamingo’s in felle kleuren. Alleen dat glasheldere water en vissen die je letterlijk vanop de kant al kon zien. Op een stukje rif iets verderop snorkelde ik tussen scholen kleine, zilveren visjes, terwijl mijn strandtas gewoon onbeheerd in het zicht lag. Niet dat dat per se slim is, maar het zegt iets over hoe weinig drukte er was.

Verder naar het oosten, bij Holguín, zit Guardalavaca. In Nederlandse reisbrochures verdwijnt het vaak onder de categorie “strand met resorts”, klaar. Maar wie wat dieper scrolt in reviews en recente reisverslagen ziet steeds terugkomen dat het water nog opvallend helder is en dat er minder klachten zijn over sargassum dan aan andere Caribische kusten.

Ik belandde er op een simpele strandbar, zo’n plek met plastic stoelen in drie willekeurige kleuren. Ik betaalde voor een flinke rum met ijs rond de drie, vier euro, en keek hoe een groepje locals na hun werk nog even de zee in dook in hun normale kleding. Geen show, geen fotoshoots, gewoon even afkoelen. Het strand was niet leeg, maar er zat lucht tussen de handdoeken. Genoeg om je niet constant in iemand anders gesprek gevangen te voelen.

Uit nieuwsgierigheid trok ik het weer en de beste reistijd voor die regio nog even na op HikersBay. Ik was verbaasd hoe stabiel sommige maanden eruitzagen qua temperatuur en neerslag. Geen garantie natuurlijk – Cuba blijft Cuba – maar het gaf net genoeg houvast om niet blind in het orkaanseizoen te landen.

Dat puzzelen met seizoenen ken je misschien als je Cuba wilt combineren met een andere verre reis. Terwijl ik zat te plannen, lag er een open tabblad met informatie over Cuba naast een stuk over Azië. Het is grappig hoe je dan ineens zit te vergelijken: waar is het regenseizoen minder heftig, waar smelt je niet meteen weg? Wie daarmee bezig is, kan veel hebben aan het artikel “Weer in Azië in juni 2025: waar vind je wél zon zonder weg te smelten?”. Dan zie je pas hoe mild Cuba soms nog is, vergeleken met een paar Aziatische stoombaden in juni.

Guardalavaca zelf is niet perfect. De stranddouche waar ik me even snel wilde afspoelen, gaf alleen een miezerig straaltje roestkleurig water en deed het daarna helemaal niet meer. Ondertussen kroop er een magere straathond onder mijn stoel in de schaduw en viel prompt in slaap, alsof we al jaren samen op het strand kwamen.

Hoe je deze verborgen Cuba‑stranden in je reisplan vlecht

Als ik naar de verhalen online kijk, zie ik steeds hetzelfde patroon: mensen die voor de derde of vierde keer naar Cuba gaan, schuiven weg van de pure all‑in Varadero‑formule. Steeds vaker lees je routes waarin Havana, Trinidad en misschien Viñales worden gecombineerd met juist die rustigere stranden op Cayo Coco, Cayo Largo of bij Holguín.

Mijn eigen notitieboek ziet er tegenwoordig uit als een soort speurkaart. Vanuit Havana trek ik pijlen naar Cayo Coco, Cayo Largo, Guardalavaca. Dan begin ik te schrappen. “Oké, deze keer oost‑Cuba met Holguín. Volgende keer misschien Cayo Largo.” Zo voorkom ik dat ik in twee weken weer alles wil proppen en uiteindelijk alleen maar in bussen zit.

Ik plan grofweg in drie stappen. Eerst de route in potlood: waar wil ik zeker heen, hoeveel binnenlandse verplaatsingen voelt nog leuk? Dan kijk ik wat tickets ongeveer doen, niet tot op de euro, maar gewoon: is dit nog binnen bereik of niet. Daarna duik ik even in HikersBay: indicatieve hotelprijzen per regio, hoe schommelt het weer door het jaar heen, wanneer wordt het een zompige bedoening. Pas dan hak ik knopen door over hoeveel stranddagen ik waar wil inplannen.

Een paar dingen zijn handig om meteen mee te nemen. Cayo Largo betekent meestal gedoe met binnenlandse vluchten of bootverbindingen die niet elke dag gaan. Dat is te doen, maar je wilt er geen strak schema van twee nachten omheen plannen. Guardalavaca daarentegen laat zich weer makkelijk combineren met een rondje oost‑Cuba: Holguín, misschien wat binnenland, terug naar de kust en dan afsluiten met een paar luie dagen.

Als je merkt dat dit soort gepuzzel je eigenlijk wel ligt – beetje schuiven met maanden, routes en budget – dan is dat precies dezelfde sport als een grotere droomreis langzaam tastbaar maken. Wie graag groter droomt en stap voor stap een complexere reis wil bouwen, kan veel hebben aan “Patagonië voor beginners: in 6 maanden van wilde drlom naar haalbaar reisplan”. Andere bestemming, zelfde doet‑er‑dit‑wel‑zin routebrein.

En ja, papier is geduldig, Cuba niet altijd. Bussen die ineens niet rijden, een ferry die zomaar een dag uitvalt, een hotel dat je reservering niet kan vinden omdat “het internet gisteren stuk was”. Je leert er een soort schouderophalend reien van: oké, dan een dag langer hier, dan maar een strand extra daar. Dat moment dat je met een doorgekrast schema, een halflege rum en een open kaart op tafel zit, is stiekem precies wanneer de leukste ideeën opduiken.

Het is dan dat je een cirkeltje zet om Las Coloradas, een streep trekt naar Guardalavaca en denkt: laat die volle buffetten en rijen strandbedjes nog maar even wachten.

Over de auteur

Sebastian Boguszewicz

Reiziger en reisfotograaf. Software-architect, maker van wereld-prijzen.nl en het reisplatform hikersbay.com.