Reizen

Strandparadijs Brazilië: deze kustplekken wil je nu meteen boeken

Strandparadijs Brazilië: deze kustplekken wil je nu meteen boeken

Waarom juist nu iedereen naar de stranden van Brazilië kijkt

Het viel me de laatste maanden overal op: reisrapporten, blogs, Insta-feeds… Brazilië duikt ineens weer op als dé droombestemming. Niet alleen voor carnaval en samba, maar vooral voor strand. En dan niet de massatoerisme-all-inclusives, maar plekken waar je nog gewoon sandalen uitgooit en met een kokosnoot in je hand naar de zee staart.

De klassiekers – Rio de Janeiro en Florianópolis – blijven het goed doen. Maar in de trendlijstjes zie je ook steeds meer namen als Jericoacoara, Maragogi, Praia do Forte en Fernando de Noronha opduiken. Surfen, snorkelen, kitesurfen, schildpadden spotten, slapen in kleine romantische pousada’s: het is een soort all-you-can-eat voor strandfanaten, alleen dan met zonsondergangen in plaats van friet.

Qua prijzen is Brazilië allesbehalve rechttoe rechtaan. In het laagseizoen sliep ik regelmatig voor rond de 45–70 euro per nacht in een simpele maar sfeervolle pousada. In de feestperiodes en vakanties keek ik soms naar dezelfde kamer en dacht: oké, wáár komt die extra 100 euro ineens vandaan? Ik noem hier dus grove bedragen, gewoon zoals ik ze zelf heb betaald, zodat je een gevoel krijgt zonder dat dit een droge prijzentabel wordt.

Zie deze blog als een snelle tour langs de stranden waar je nú wilt boeken, niet als een compleet handboek. Eerder lekker wegdromen én plannen. Misschien was je eigenlijk aan het kijken naar een trektocht in Nepal of een meerdaagse hike in Europa, en sta je nu ineens half je vakantiedagen aan Brazilië te geven. Geen paniek: daar zijn toffe combinaties voor. Later in dit stuk link ik naar concrete inspiratie-artikelen die je helpen om bergen en strand slim in één reis te proppen.

Rio de Janeiro en Florianópolis: klassiekers die hun hype nog steeds waarmaken

Mijn eerste ochtend in Rio: halfjetlagged op Copacabana, strandverkopers die al koffie en kaasbrood roepen, iemand die op een portable box funk draait, en ik met een kokosnoot die ik veel te enthousiast leegslurp. De zon stond nog laag, maar het strand leefde al. Joggers, mensen die zelfs vóór ontbijt al beachvolleybal spelen… ik voelde me lui en toch blij tegelijk.

Rio is die rare, fijne mix van stad en strand. Je zit op Copacabana of Ipanema met je voeten in het zand en achter je rijzen de flatgebouwen omhoog, met daarboven weer groene heuvels en Christus op de berg. Overdag kun je lichte, toegankelijke golven pakken bij Arpoador (zelfs als je surfniveau richting “valt vooral veel” gaat), ’s middags strandvoetbal kijken en ’s avonds een caipirinha drinken bij zonsondergang terwijl de hele baai oranje kleurt.

Voor een simpele maar sfeervolle pousada in Rio betaalde ik meestal tussen de 40 en 90 euro per nacht. Hostels zijn echt een stuk goedkoper, zeker als je oké bent met stapelbedden en gedeelde badkamers. Zodra je richting Nieuwjaar of carnaval gaat, schieten die bedragen wel alle kanten op. Ik heb serieus een keer op «boek nu»-knop willen drukken en tóch het tabblad weer dichtgegooid. Hoogseizoen in Rio is geen grap.

Een stukje zuidelijker ligt Florianópolis – Floripa voor vrienden – en die naam kom je inmiddels in elk trendrapport tegen. De vibe? Een beetje “Bali, maar dan Braziliaans”: surfers, yogamatten, laptops op cafétafeltjes. Vooral jongere reizigers en digital nomads blijven hier langer hangen dan ze van plan waren. Ik reken mezelf inmiddels ook tot die groep.

Praia Mole is mijn favoriet om te kijken hoe de échte surfers het doen, terwijl ik met een koud biertje in het zand zit. Joaquina heeft weer andere golven en enorme duinen waar je kunt sandboarden – letterlijk met een plank de zandheuvel af, pretpark zonder hekjes. Campeche is rustiger, meer voor wie gewoon wil dobberen en naar de golven staren.

In Floripa betaalde ik voor een eenvoudige pousada of klein appartement meestal tussen de 35 en 80 euro per nacht. Een keer boekte ik enthousiast een kamer met “oceaanzicht”. Bleek: als je precies op het balkon ging staan, tussen twee flats door keek en je hoofd nét een beetje schuin hield, zag je inderdaad een stukje blauw. Technisch gezien niet gelogen.

Floripa is trouwens een perfecte plek om even bij te komen na een intensieve trektocht. Als je bezig bent met je eerste langere wandeltrip, lees dan zeker Eerste meerdaagse hike in Europa? Zo kies je zonder stress jouw ideale starttrail. Serieus, een paar dagen strand op Floripa na zo’n trail volet als een beloning die je spieren je nog weken dankbaar zijn.

Jericoacoara, Maragogi en Praia do Forte: de nieuwe lievelingen van strandfanaten

Als je het over “up-and-coming” stranden in Brazilië hebt, valt Jericoacoara bijna altijd als eerste. Terecht. Het ligt afgelegen, je laatste stuk gaat letterlijk over zandwegen en in het dorp zelf zijn de straten ook van zand. Geen asfalt, weinig auto’s, alleen buggy’s die door de duinen scheuren en af en toe een busje vol verwaaide reizigers.

De zonsondergang vanaf de Duna do Pôr do Sol is zo’n moment dat je stil wordt, zelfs als je normaal alles wegpraat. Iedereen klimt aan het einde van de dag de duin op, biertje in de hand, en als de zon de zee in zakt, wordt er geapplaudisseerd. Klinkt toeristisch, is het ook, maar ik vond het toch mooi.

Overdag kun je er kitesurfen en windsurfen – de wind is stevig, dus ook ervaren kiters zijn hier blij. Daarnaast heb je die beroemde lagunes met hangmatten ín het water, waar je half drijvend een kokosnoot drinkt en je telefoon eigenlijk maar beter in de kamer had kunnen laten. Voor het transport naar Jeri betaalde ik echt meer dan gemiddeld, maar mijn pousada viel mee: meestal zo rond de 35–80 euro per nacht. Klein, smipel, maar vaak met een hangmat voor de deur. Veel gezelliger dan een anoniem resort.

Maragogi is weer een ander beestje. Daar draait alles om de natuurlijke zwembaden, de galés. Bij laagwater ga je met een boot naar een soort enorm aquarium in zee, met absurd helder water. Snorkel op, en je hangt ineens boven kleurrijke vissen en – met een beetje mazzel – schildpadden die langs je dobberen. Ik had één dag waarop het zo rustig was dat je letterlijk je eigen adem kon horen onder water. De andere dag was drukker en voelde meer als een schoolreisje.

Mijn tip: kies een kleinere, iets duurdere boottocht in plaats van de massaboot waar je met een halve stad op zit. Scheelt echt in ervaring. Qua slapen vond ik eenvoudige pousada’s in Maragogi heel oké geprijsd, maar de kamers direct aan het strand gingen rap omhoog in prijs. Voor een kamer net een straat erachter betaalde ik ongeveer de helft.

Praia do Forte voelt dan weer als een rustig dorp met een luxe randje. Brede stranden, palmbomen, en vooral het schildpaddenproject Projeto Tamar. Daar zie je schildpadden van heel dichtbij zonder dat het een Instagram-circus wordt waar mensen half in het bassin hangen voor de perfecte selfie. Het is educatief, maar op een relaxte manier. Ook leuk met kinderen, zag ik om me heen.

Het dorp zelf wordt steeds populairder bij Brazilianen met gezin, maar ook bij stellen die iets rustigers zoeken dan Salvador. Ik merkte het aan de prijzen: voor een charmante pousada dicht bij het strand was ik hier duidelijk meer kwijt dan in Maragogi. Niet onredelijk, maar mijn pinpas kreeg het wel wat warmer.

Als je een route langs Jericoacoara, Maragogi en Praia do Forte wilt plannen, is het handig om dat niet op losse post-its te doen. Ik gooi alles tegenwoordig in Trip Planner van HikersBay, zodat vluchten, busritten, pousada’s en activiteiten gewoon in één overzicht staan, in plaats van verspreid over tien tabbladen.

Reis je in de Europese zomer en wil je Brazilië mixen met een andere regio, dan kun je ook denken aan een combi met Azië. In het artikel Top 10 Azië-bestemmingen in juni met verrassend draaglijk weer staan goede opties om je regenbuien een beetje te ontwijken. En ja, verwacht dat er na Jericoacoara nog weken later ergens zand onderin je tas opduikt. Hoort erbij.

Fernando de Noronha en hoe je Brazilië slim inpast in een grotere reis

Fernando de Noronha is duur, punt. En toch wil je erheen. Tenminste, ik wel. En ik heb het toch gedaan.

Het eiland heeft iets intiems. Er mogen maar een beperkt aantal bezoekers tegelijk zijn, de natuur wordt streng beschermd, en je merkt dat direct. Stranden die in de top lijsten van “mooiste ter wereld” opduiken, wandelpaden naar verscholen baaien, en water dat zo helder is dat je bij snorkelen het gevoel hebt dat je in HD zwemt.

Ik snorkelde er met schildpadden die vlak langs me gleden, en één ochtend dobberde ik in een baai waar dolfijnen speelden alsof het gewoon hun werkdag was. Duiken is hier nog een stapje spectaculairder, met zicht dat bijna onrealistisch is. Tussen het water en het wandelen door is het vooral veel staren naar de horizon en denken: oké, deze pijn in mijn portemonnee snap ik nu.

Voor een eenvoudige pousada was ik hier tussen de 90 en 200 euro per nacht kwijt, afhankelijk van de periode. Daarbovenop komen nog een milieubelasting en lokaal vervoer, want je verplaatst je vaak met taxi’s of buggy’s. Als je strak aan een backpackbudget zit, zou ik hier niet beginnen. Dit is eerder je “splurge”-plek.

Dan de grotere puzzel: hoe past Brazilië in een langere rondreis? Stel, je pakt eerst een maand Azië mee, met een paar bestemmingen die ook in Top 10 Azië-bestemmingen in juni met verrassend draaglijk weer voorbijkomen. Daarna vlieg je door naar Brazilië om af te sluiten met strand, surfen en caipirinhas. Bergen, chaos, streetfood… en dan eindigen met zand tussen je tenen. Geen gek schema.

Voor wie denkt aan een langere Azië-trip met Nepal erbij: check Himalaya-trek op budget: zo combineer je Nepal slim met een langere rondreis door Azië. Je ziet daar hoe je bergen en meerdere landen in één route propt. Brazilië plak je er dan achter als tropische epiloog.

Bij dit soort combinaties red ik het niet meer met losse notities in mijn telefoon. Ik gooi vluchten, geschatte nachtprijzen, surflessen en snorkeltours in één planningstool, zodat ik niet ergens in een hostelbed met een halfvol gekrabbeld notitieboek zit te stressen over gemiste verbindingen. Een extra uurtje plannen thuis is nog altijd beter dan een dure misser onderweg.

En dan nog één praktische tip om het af te maken: kies één bestemming uit deze lijst als je grote uitspatting – Fernando de Noronha, een kamertje aan het strand in Rio, wat jij wilt – en houd de rest van je nachten bewust wat simpeler. Zo hou je geld over voor de dingen die je echt wilt doen, in plaats van alleen maar je kussen te betalen.

Over de auteur

Sebastian Boguszewicz

Reiziger en reisfotograaf. Software-architect, maker van wereld-prijzen.nl en het reisplatform hikersbay.com.